Ondersteuning
 

Differentiatie

Onze school is  klassikaal georganiseerd. Het sociale element in het leren vinden wij heel belangrijk. Kinderen leren dat je heel goed kunt samenwerken ook al heb je verschillende kwaliteiten, capaciteiten en interesses. Dit werkt stimulerend: kinderen motiveren elkaar en trekken zich aan elkaar op. Bovendien is deze organisatievorm overzichtelijk voor de leerkracht èn de kinderen. Deze vorm biedt rust, duidelijkheid en structuur.

Klassikaal onderwijs betekent niet, dat alle leerlingen in ieder opzicht dezelfde leerstof op één en dezelfde manier aangeboden krijgen. Wij spelen in op verschillen in ontwikkelingsniveau en belangstelling door te differentiëren.
 

Voorbeelden

Aanbieden

a) de leerkracht biedt de leerstof op verschillende manieren aan: de ene keer d.m.v. klassikale instructie, een andere keer door samenwerkend leren in groepjes en:

b) de leerkracht biedt de leerstof op verschillende niveaus aan (gedeelde instructie): niet ieder kind heeft evenveel instructie nodig; de één kan sneller aan het werk dan de ander;
 

Verwerking

de leerkracht laat de leerstof op verschillende manieren verwerken door verscheidenheid aan te brengen in het aanbod, de moeilijkheidsgraad, de hoeveelheid en de organisatie van het werk. Hieronder vallen ook het zgn. compacten, waarmee de leerstof voor de meer begaafde leerlingen wordt gecomprimeerd en het werken met dagtaken.

Het onderwijs in de leesvaardigheid is afgestemd op het individuele niveau en tevens sterk gericht op bevordering van het leesplezier;
in de bibliotheek werken leerlingen vanaf groep 5 vanuit eigen interesse aan een onderwerp op het gebied van de wereldoriëntatie. In de bibliotheek ontwikkelen kinderen bovendien studievaardigheden die van belang zijn voor verdere studie: zelfstandigheid (opzoeken, onderzoeken, vormgeven in spreekbeurt of werkstuk), omgaan met naslagwerken en registratiesystemen;
met de computer werken leerlingen van groep 1 t/m 8 in eigen tempo en op eigen niveau met computerprogramma’s voor hun groep, waarbij zij niet alleen iets leren via de computer, maar ook met dit medium zelf leren omgaan. Wij integreren het gebruik van de computer in het lesprogramma. 


Individualisering

Van individualisering spreken wij, wanneer we het onderwijs aan het individuele kind aanpassen. De noodzaak daarvoor ligt vaak in de sterke ondersteuningsbehoefte die het kind heeft, bijvoorbeeld naar aanleiding van een leerprobleem maar ook voor meer- en hoogbegaafde kinderen kan individualisering noodzakelijk zijn.
 
Leerling-ondersteuning gaat alle kinderen aan, maar zal zich in de praktijk met name richten op die leerlingen die op de één of andere manier meer en/of andere aandacht en hulp nodig hebben. Dit beleid is vastgelegd in het ondersteuningsplan, hierin wordt beschreven hoe die ondersteuning binnen onze school georganiseerd is en uitgevoerd wordt.

De ondersteuningsstructuur wordt op de Comeniusschool gecoördineerd door de Interne Begeleiders (IB-ers). Alle leerkrachten voeren zelf de leerling-ondersteuning uit in de eigen groep. Wanneer een leerkracht bij een kind problemen signaleert, maakt hij met zijn IB-er een afspraak voor een leerlingbespreking. Daarin bekijken zij de totale leerling; zij brengen de onderwijsbehoeften in kaart en maken afspraken over de aanpak. Meestal neemt de leerkracht de uitvoering zelf ter hand.
Alle leerlingen met een ondersteuningsbehoefte, worden minstens drie keer per schooljaar door de leerkracht met de IB-er besproken om de voortgang te evalueren en nieuwe afspraken te maken. Voor deze leerlingen stelt de leerkracht een handelingsplan op, wat regelmatig wordt geëvalueerd en bijgesteld.
Een aantal kinderen toetsen of observeren wij eerst verder. Dat kan de IB-er doen, maar wij kunnen daarvoor ook hulp van externe deskundigen inschakelen.
 
Twee van de drie IB-ers zijn tevens leerkracht. Kinderen bij wie uit het leerlingvolgsysteem blijkt dat zij risico’s lopen, bijvoorbeeld bij het leren lezen, krijgen door ‘voorinstructie’ meer kansen. Zij zullen de instructie in de groep beter kunnen volgen met als gevolg dat de leerstof beter wordt begrepen en het competentiegevoel blijft.
Naast de IB-ers geeft de onderwijsassistent begeleiding aan kinderen in of buiten de groep.
Voor de meer- en hoogbegaafde leerlingen worden aangepaste activiteiten ingezet. Voor de genoemde groep leerlingen is een lesprogramma in Basisschool Overstijgende vakken opgezet met bijv. een vreemde taal, sterrenkunde, filosofie, schaken, expressie. Deze BO-vakken kunnen gerealiseerd worden dankzij de expertise van een aantal vrijwilligers.
 

Hoogbegaafde leerlingen

De hoogbegaafde leerlingen kunnen 1 dagdeel per week worden begeleid in één van de twee Plusklassen. De plusklas is een groep waarin ongeveer 12 hoogbegaafde leerlingen voor 1 dagdeel per week wordt begeleid door een daartoe opgeleide leerkracht. Leerlingen worden geselecteerd door de leerkrachten op basis van criteria die in het beleidsplan: Meer- en Hoogbegaafdheid zijn vastgelegd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van SiDi-R (protocol voor signalering en diagnosticeren van intelligente en (hoog)begaafde kinderen in het primair onderwijs.), de resultaten uit het leerlingvolgsysteem en de observaties van de leerkrachten. De ene groep wordt gevormd door ongeveer 12 leerlingen uit de groepen 3 t/m 5, de andere groep wordt gevormd door ongeveer 12 leerlingen uit de groepen 6 t/m 8.
De groepen komen gedurende het gehele schooljaar 1 dagdeel per week bijeen op de donderdag. Aan de ouders wordt een vrijwillige ouderbijdrage gevraagd.
 
Regelmatig gebeurt het, dat leerlingen (± 8% van de schoolbevolking) gerichte, deskundige hulp nodig hebben. Dyslectische kinderen, kinderen met problemen in hun motorische ontwikkeling of met ernstige sociaal-emotionele stoornissen kunnen wij zelf niet altijd of niet voldoende opvangen. Een enkele keer moeten wij dan een kind naar het speciaal onderwijs verwijzen. Maar de Comeniusschool beschikt ook over mogelijkheden om die kinderen op school door externe hulpverleners te laten onderzoeken en te behandelen: een orthopedagoog en een remedial teacher.
Aan deze bijzondere hulp kleven kosten voor de ouders. Deze kunnen soms via verzekeringen vergoed worden. Het grote voordeel is, dat de hulp geïntegreerd kan worden in het schoolprogramma. Dit alles valt onder de verantwoordelijkheid van de Interne Begeleiders.

Als regel geldt hier, dat met de ouders wordt overlegd, wanneer een kind extra hulp nodig heeft en dat de ouders om toestemming wordt gevraagd, wanneer wij hulp van buiten de school willen betrekken. De Comeniusschool neemt actief deel aan het Samenwerkingsverband in het kader van Passend Onderwijs. Deze samenwerking met een groot aantal scholen en het speciaal basisonderwijs heeft o.a. tot doel de leerlingenzorg op alle scholen te optimaliseren. Wij maken gebruik van elkaars expertise en bereiden ons voor op Passend Onderwijs. Het samenwerkingsverband heeft ook een Zorgcentrum, hier kunnen wij leerlingen aanmelden voor onderzoek en kan de leerkracht ondersteuning vragen. In laatste instantie beoordeelt nu nog de PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) de toelaatbaarheid van leerlingen voor de school voor speciaal basisonderwijs. Na de invoering van de wet op het Passend Onderwijs komt hierin verandering. Het samenwerkingsverband hanteert een Ondersteuningsplan. Daarin staat beschreven hoe op het niveau van het samenwerkingsverband de leerlingenzorg georganiseerd wordt.